
Markus Altena Davidsen (foto: Arash Nikkah)
Interview met Markus Altena Davidsen over het Expertisecentrum Levensbeschouwing en Religie in het Voortgezet Onderwijs (LERVO)
Gijs Mushin van Gaans (Vakdidacticus Godsdienst/levensbeschouwing UvA-ILO, ICLON en docentenopleider geschiedenis Fontys Educatie)
Wat betekent levensbeschouwelijk onderwijs in een samenleving die steeds diverser en complexer wordt? In dit interview spreken we met Markus Altena Davidsen, universitair docent godsdienstsociologie en projectleider curriculum van het Expertisecentrum Levensbeschouwing en Religie in het Voortgezet Onderwijs (LERVO). Sinds de oprichting in 2018 werkt LERVO aan een breed gedragen curriculum voor het vakgebied Levensbeschouwing en Religie (L&R), bedoeld voor alle middelbare scholen in Nederland —openbaar én bijzonder. Davidsen vertelt over de unieke perspectievenbenadering die LERVO hanteert, de religiewetenschappelijke insteek, en de ambitie om leerlingen te helpen reflecteren op hun eigen levensbeschouwing én die van anderen. Ook deelt hij hoe LERVO zich inzet voor docentprofessionalisering en samenwerking met andere vakgebieden. Een gesprek over visie, vakdidactiek en de maatschappelijke waarde van levensbeschouwelijk onderwijs in het voortgezet onderwijs.
Kun je iets vertellen over het Expertisecentrum LERVO? Wanneer is dit opgericht? Wat is het doel? Welke rol speel jij daarin?
LERVO staat voor Levensbeschouwing en Religie in het Voortgezet Onderwijs. Het Expertisecentrum is breed samenwerkingsverband van partners uit het onderwijsveld die als gezamenlijk doel hebben om het onderwijs over levensbeschouwing en religie op middelbare scholen te versterken.
Traditioneel staat in Nederland het levensbeschouwelijk onderwijs het sterkst op bijzondere scholen en het initiatief voor Expertisecentrum LERVO kwam dan ook vanuit Verus – de profielorganisatie voor christelijk en katholiek onderwijs waar ook de hoger onderwijsinstellingen met een christelijke grondslag lid van zijn. Bij de oprichting in 2018 sloten echter ook VOS/ABB – de profielorganisatie voor openbare en algemeen bijzondere scholen – en de voormalige rijksuniversiteiten (Leiden, Utrecht, Groningen, Amsterdam) zich aan, samen met de Vereniging van Docenten Levensbeschouwing en Godsdienst (VDLG). Later zijn ook de profielorganisaties van het reformatorisch en islamitisch onderwijs aangehaakt. Uniek aan LERVO is daarmee de breedte van het samenwerkingsverband.
Het belangrijkste doel van LERVO is om een landelijk curriculum te ontwikkelen voor het vakgebied levensbeschouwing en religie dat op verschillende manieren gebruikt kan worden op alle middelbare scholen in Nederland – bijzonder en openbaar. In het curriculum identificeren we de kennis en inzicht in levensbeschouwing en religie in de diverse samenleving die iedere leerling nodig heeft als onderdeel van zijn algemene en burgerschapsvorming. Naast deze gezamenlijke kern, kunnen scholen op verschillende manieren verdieping bieden. Scholen kunnen het vak levensbeschouwing en religie aanbieden als examenvak in de bovenbouw en voor havo en vwo het cijfer laten meetellen in het combinatiecijfer. Confessionele scholen kunnen het kerncurriculum aanvullen met modules die leerlingen inleiden in de eigen levensbeschouwing. Sinds 2019 geef ik leiding aan de groep van docenten en docentenopleiders die het curriculum levensbeschouwing en religie ontwikkelt.
LERVO heeft met de perspectieven een unieke benadering voor het leergebied Levensbeschouwing en Religie (L&R) aangeleverd. Wat houdt die perspectievenleer in?
De perspectievenbenadering is een instrument voor curriculumontwerp en een vakdidactische benadering ontwikkeld door Fred Janssen en collega’s. Met de perspectieven zoekt Janssen een middenweg tussen té leerlinggerichte en té leerstofgericht benaderingen in het onderwijs. Hij wil en/en. Voor het vakgebied L&R hebben we een curriculum ontworpen dat op persoonsvorming en vakspecifieke vaardigheden gericht is (leerlinggericht) én leerlingen inzicht geeft in religieuze en levensbeschouwelijke tradities en in de plek van religie in de hedendaagse samenleving (leerstofgericht).
Janssen heeft zijn perspectievenbenadering meerdere malen herzien. In de versie die wij volgen stelt Janssen dat het curriculum van een vak uit twee elementen bestaat: het vakobject en de perspectieven waarmee leerlingen het vakobject onderzoeken. Janssen is oorspronkelijk bioloog en heeft zijn perspectievendidactiek ontwikkeld met basis in het schoolvak biologie. Het vakobject van de biologie is het levende, en onder de vakperspectieven van biologie rekent hij bijvoorbeeld het taxonomisch perspectief (welke soorten zijn er?) en het evolutionair perspectief (hoe is het geëvolueerd?) Voor ons vakgebied is het vakobject levensbeschouwing, dat wil zeggen visies op het leven en de wereld. We kijken naar levensbeschouwelijke tradities en uitdrukkingen van levensbeschouwing in teksten, rituelen en organisaties, en we laten leerlingen reflecteren op hun persoonlijke levensbeschouwing. Bijzondere aandacht geven we aan religies, dat wil zeggen levensbeschouwingen waarin verwezen wordt naar een hogere, transempirische werkelijkheid.
Voor het vakgebied L&R hebben we tien vakperspectieven geïdentificeerd, waaronder het fenomenologisch, antropologisch en persoonlijk perspectief. De perspectieven zijn ontleend aan de religiewetenschap en theologie of aan aanpalende disciplines uit het mens en maatschappijdomein. Centraal bij elk perspectief staat een of meerdere kernvragen en een of meerdere kernideeën (zo noemt Janssen ze) of kerninzichten (zo noem ik ze). Het fenomenologisch perspectief, bijvoorbeeld, is ontleend aan de godsdienstfenomenologie, de tak van de religiewetenschap die verschillende religieuze verschijnselen (of fenomenen) en de samenhang daartussen onderzoekt. (Fenomenologisch betekent hier dus iets anders dan in de continentale filosofie). Bij het fenomenologisch perspectief op L&R is de kernvraag daarom hoe levensbeschouwelijke en religieuze tradities in elkaar steken. Een kerninzicht hierbij is dat zo’n traditie uit een aantal vaste fenomenen bestaat (zoals geloofsvoorstellingen, rituelen, leefregels en mythen) en dat die fenomenen onderling samenhangen. Bij een perspectief hoort ook meer, namelijk begrippen, methodes en overzichtskennis die leerlingen nodig hebben om het kerninzicht te verwerven. Naast het fenomenologisch perspectief, bevat de perspectievenbenadering op L&R onder andere het zinperspectief (welke existentiële vragen en ervaringen liggen ten grondslag aan levensbeschouwing en religie?), het antropologisch perspectief (hoe wordt levensbeschouwing en religie beleefd?) en het historisch perspectief (hoe ontwikkelen levensbeschouwingen en religies zich over tijd?)
Bij welke bredere (vak)didactische principes sluit de perspectievenbenadering aan?
In een publicatie van Fred Janssen, Hans Hulshof en Klaas van Veen kun je lezen dat de perspectieven de wereld openen voor de leerling en de leerling openen voor de wereld. Die formulering van de ‘dubbele ontsluiting’ is ontleend aan de Duitse didacticus en vormingstheoreticus Wolfgang Klafki. Ook andere ideeën van Klafki klinken door in de perspectievenbendering van Janssen en bij LERVO: dat enkele inzichten beter zijn dan een heleboel feiten, dat kritisch en creatief denken vakspecifiek en kennisafhankelijk is, en dat algemeen vormend onderwijs overdracht van inzicht (Bildung) hoort te combineren met reflectie op maatschappelijke vraagstukken en het stimuleren van zelfstandigheid. De perspectievenbenadering sluit verder aan bij het idee van Jerome Bruner om het curriculum als een ‘spiraal’ te ontwerpen. We proberen zo vroeg mogelijk leerlingen overzicht te geven en vertrouwd te maken met de belangrijkste vragen. In hogere leerjaren verdiepen we.
LERVO sluit aan bij verschillende benaderingswijzen van religie. Waarom is een religiewetenschappelijke benadering naar jouw mening ook in het onderwijs van belang?
De religiewetenschap bestudeert in principe alle religies en vergelijkt ze. Net als andere mens en maatschappij-disciplines onderzoekt de religiewetenschap kritisch de ‘empirische kant’ van religie – waaronder de voorstellingen die mensen zich doen over goden en de handelingen die daarbij horen. Over de waarheid en waarde van die voorstellingen en handelingen doet de religiewetenschap echter geen uitspraak. Daarmee schept de religiewetenschap een neutraal speelveld waarin geen religieus (of niet-religieus) levensbeschouwing op de voorhand als superieur wordt gezien. De religiewetenschap stelt ook niet dat het beter is om religieus te zijn dan niet-religieus, of andersom. Het doel van de religiewetenschap is om religies en ‘religieus zijn’ te begrijpen, om zo beter de mens te begrijpen. In een levensbeschouwelijk diverse en steeds meer gepolariseerde samenleving is het voor mij belangrijk dat het onderwijs zoveel mogelijk ‘de boel bij elkaar’ helpt houden en leerlingen leert verschillende perspectieven in te nemen. Leerlingen kunnen zo inzicht krijgen in verschillende manieren om te leven en ook leren kritisch te reflecteren op wat ze van huis uit meekrijgen. Voor L&R op school houdt dat onder andere in dat niet-religieuze leerlingen in aanraking komen met een religieus wereldbeeld en leren begrijpen waarom religie zo belangrijk is veel mensen – de overgrote deel van de wereldbevolking. En voor religieuze leerlingen houdt het in dat ze met de blik van een buitenstaander naar hun eigen religie leren kijken.
Wat zijn de verdere plannen van LERVO?
Het curriculum wordt in de zomer van 2026 opgeleverd, maar dan begint pas het echte werk: de ondersteuning van scholen die met het curriculum aan de slag willen. In samenwerking met de profielorganisaties zullen we hiervoor handreikingen maken en in gesprek gaan met vaksecties en schoolbesturen. Een grote groep docenten, opleiders en wetenschappers werken ook mee aan een reeks ‘inspiratieboeken’ voor docenten (in opleiding) die achtergrondkennis en werkvormen bieden bij verschillende onderdelen van het curriculum. Het eerste inspiratieboek, Nieuwe werelden openen. Perspectieven op Levensbeschouwing en Religie, verscheen maart dit jaar. In dit boek worden zes van de tien perspectieven op L&R belicht. Begin 2026 verschijnt het tweede boek, Bronnen van zin. Perspectieven op religieuze verschijnselen. Dit boek zoomt nader in op het fenomenologisch perspectief en verkent hoe je onderzoekend onderwijs kunt geven over belangrijke religieuze fenomenen: teksten, rituelen, objecten en gemeenschappen. Nog twee boeken zijn in de maak: een over de relatie tussen L&R en burgerschap en een over de wereldreligies en het humanisme. De partners van LERVO houden zich verder bezig met docentprofessionalisering en de ontwikkeling van de lerarenopleidingen. We hebben een campagne nodig om meer docenten L&R op te leiden.
Welke waarde zou het werk van LERVO kunnen hebben voor docenten van andere mens en maatschappijvakken?
Alle scholen zijn verplicht burgerschap te onderwijzen en dat houdt twee dingen in: democratisch burgerschap over democratie, rechtstaat en mensenrechten en levensbeschouwelijk burgerschap die leerlingen ‘respect voor en kennis van’ verschillende levensbeschouwingen en religies moet geven. Met het kerncurriculum L&R kunnen scholen aan de opdracht voor levensbeschouwelijk burgerschap voldoen. Scholen kunnen het kerncurriculum L&R opnemen in een bestaand vak godsdienst of levensbeschouwing, maar op openbare scholen zal het meer voor de hand liggen om het te koppelen aan vakken zoals geschiedenis en maatschappijleer of het op te nemen in een vak burgerschap. Vaak zal dus L&R worden gegeven door een docent die niet voor levensbeschouwing bevoegd is, maar wel voor een ander mens en maatschappijvak. De inspiratieboeken kunnen een belangrijke handreiking zijn voor deze docenten. De perspectievenbenadering helpt daarbij, omdat die zowel de kern van het vakgebied L&R beschrijft als de verbanden met andere mens- en maatschappijvakken duidelijk maakt. Op alle scholen zou het trouwens goed zijn voor geschiedenisdocenten kennis te nemen van het werk van LERVO, nu het herziene eindprogramma geschiedenis veel meer aandacht heeft voor de rol van religie.
Hoe zouden geïnteresseerden op de hoogte kunnen blijven? En hoe zouden ze kunnen bijdragen als ze dat zouden willen?
Kijk in ieder geval rond op www.lervo.nl. Daar kun je je ook inschrijven voor de nieuwsbrief. Zoals ik al zei, gaan we in de komende jaren aan de slag met de ondersteuning van scholen die met het curriculum en de perspectievenbenadering aan de slag willen. We willen hierbij ook graag van docenten (en opleiders) horen wat hun ervaringen zijn en inspirerende good practices verzamelen en delen. Heb je zin om hieraan mee te werken, stuur dan een mail naar info@lervo.nl of naar m.davidsen@hum.leidenuniv.nl.
Meer lezen?
Davidsen, Markus Altena. 2022. “De perspectiefgerichte benadering. Rationale voor het landelijk kerncurriculum van Expertisecentrum LERVO.” Religie & Samenleving 17 (3), 198–226. DOI: 10.54195/RS.13313.
Davidsen, Markus Altena, red. 2025. Nieuwe werelden openen. Perspectieven op Levensbeschouwing en Religie (Inspiratieboek 1). Zwolle: Ten Brink Uitgevers.
Davidsen, Markus Altena. 2025. “Religie, levensbeschouwing en burgerschap op school. Inleiding op het themanummer.” Religie & Samenleving 20 (2), 1-13. DOI: 10.54195/RS.24692.
Davidsen, Markus Altena, red. 2026. Bronnen van zin. Perspectieven op religieuze verschijnselen (Inspiratieboek 2). Zwolle: Ten Brink Uitgevers.