Uitgelezen – november 2023

In deze rubriek is vaak aandacht voor recente publicaties op vakdidactisch gebied. Voor dit themanummer introduceert Dimensies twee klassieke publicaties, die het denken en doen rond curriculumontwikkeling wereldwijd enorm beïnvloed hebben. Om de contouren te schetsen van hoe de debatten nu lopen, bespreken we daarna twee recente titels die min of meer elkaars tegenpolen zijn.  

Alderik Visser – Conrector Praedinius Gymnasium Groningen, voorheen curriculumontwikkelaar bij SLO (landelijk expertisecentrum voor het curriculum) 

Dé klassieker inzake curriculumontwikkeling is een klein boekje dat in 1949 verscheen en nog steeds in druk is. In de jaren 1930 adviseerde Ralph Tyler (1902 – 1994) scholen in de VS op het gebied van onderwijsvernieuwing. Op basis van die ervaringen schreef hij Basic Principles of Curriculum and Instruction, ook wel bekend als de Tyler-rationale. In 120 pagina’s kraakhelder Engels legt hij doorsnee onderwijspubliek uit waarom en hoe je als school een eigen visie op onderwijs en leren moet ontwikkelen. Hij legt uit welke bronnen je kunt raadplegen om vast te stellen wat voor jouw leerlingen waardevol is om te leren en hoe je een en ander arrangeert in coherente, behapbare leerlijnen en leseenheden. Tyler is opgeleid als toets-expert. Hij is voornamelijk beroemd door het toevoegen van een evaluatiefase: wanneer je hebt bedacht wat je leerlingen moeten leren, heeft het zin om te toetsen of ze dat inderdaad geleerd hebben en op basis daarvan je curriculum bij te stellen. De moderne lezer frappeert misschien nog wel meer de tijdloosheid van zijn aanpak. Het veelgebruikte curriculaire spinnenweb van SLO1 is er duidelijk op gebaseerd en zelfs de ‘drieslag’ van Biesta die richting moet geven aan het curriculum in Nederland is bij Tyler, weliswaar in andere termen, onmiskenbaar aanwezig.  

Iets minder klassiek en alleen antiquarisch verkrijgbaar, is het kloeke Curriculum Development. Theory and Practice van de Ests-Amerikaanse Hilda Taba (1902 – 1967). Zij studeerde bij Dewey en promoveerde bij Kilpatrick en was een belangrijke stem in de progressive movement in de VS voor en na WOII. Waar Tyler deductief te werk gaat, staat Taba voor een inductieve aanpak; een docent stelt vast wat zijn of haar leerlingen nodig hebben, formuleert op basis daarvan leerdoelen, selecteert en organiseert leerinhouden en leerervaringen en bepaalt vervolgens wat en hoe het leren (en het curriculum) geëvalueerd kan worden. Als dat klinkt als een open deur, dan klopt dat. De Tyler-Taba aanpak van curriculumontwikkeling, zoals het lang heette, is al lang en breed mainstream geworden in de westerse wereld. Ook op andere vlakken liep Taba voor de troepen uit: focus op het leren van ideeën en concepten, kritisch denken bij de M&M-vakken, het vormen van een democratische houding en het voeren van een interculturele dialoog (!). Dit rijke boek verdient het al met al om opnieuw uitgegeven en/of vertaald te worden.  

In het Nederlands verscheen vrij recent Wetenswaardig. Curriculumontwikkeling voor het primair onderwijs van Erik Meester, docent aan de universitaire pabo in Nijmegen. Of dat een klassieker wordt, staat in de sterren geschreven, maar het boek is zeer de moeite waard. In amper 200 pagina’s wijdt Meester studenten in in de curriculumtheorie, het curriculumontwerp en de curriculumevaluatie. Hij lardeert dat met teksten van theoretici en ‘curriculumwerkers’. Dat maakt het boek instructief en toegankelijk en ook van nut voor mensen die niet in het primair onderwijs werkzaam zijn. Het is tegelijk een open vraag of het boek toegankelijk genoeg is voor mensen die nog niet zo thuis zijn in de materie en of zij begrijpen dat Meester een opvallende move maakt. Nadat hij verschillende theorieën en ideologieën rond het curriculum besproken heeft, verklaart hij zich met weinig omhaal een voorstander van een kennisgericht curriculum, met de cognitieve psychologie als leidende wetenschap en directe instructie als preferente didactiek. Daarbij stelt hij niet, maar suggereert hij wel, dat dat een ‘wetenschappelijke’ manier is om naar curriculum te kijken. Door de aanspraak dat hij daardoor als het ware boven het ideologische debat over curricula zou staan, gecombineerd met een nogal eenzijdig bronnengebruik, maakt dat het boek juist extra ideologisch van aard.  

Curriculum Theory heeft zich in Nederland en Vlaanderen niet of nauwelijks als academische discipline ontwikkeld. Het internationale debat in de academische wereld is Angelsaksisch, hoog-abstract en tamelijk ver verwijderd van de dagelijkse praktijk van docenten en klassen. De productie is hoog, van wisselende kwaliteit en vaak verstopt achter flinke betaalmuren. 

Exemplarisch voor het niveau van en de schaal waarop lopende debatten gevoerd worden, is een recente bundel van Zhao et.al. over Epistemic Colonialism. Waar Erik Meester (zie hierboven) qua kennis nog graag vertrouwt op de Core Knowledge van E.D. Hirsch uit 1987 (!), stellen kritische curriculum theorists uit alle werelddelen in deze bundel de waarde van alle canons en elke kennisbasis en zelfs de mogelijkheid van objectieve kennis überhaupt ter discussie. Dat wat als ‘leerinhoud’ in curricula terecht komt – en er vaak ook lang in blijft – is nooit waardenvrij, want doortrokken van nationalistische, seksistische, koloniale, neoliberale, antropocentrische en andere ideologische premissen. De postkoloniale, multiculturele, posthumanistische en ‘ethico-onto-epistemologische’ alternatieven die de auteurs daarvoor in de plaats stellen zijn natuurlijk even ideologisch, maar geven wel stof tot nadenken over de sociale aard van kennis en van curricula als uitkomst van sociale én politiek praktijken. Je hoeft zulke en andere radicale posities niet te omarmen om te beseffen dat de status van kennis in onze complexe, hyperdiverse en ook wat verwarde maatschappij aan het veranderen is, en dat dat uitwerking heeft en zal hebben op onze curricula. Niet alleen op de universiteiten, maar ook in het voortgezet onderwijs worden curricula op het moment bijvoorbeeld al druk gedekoloniseerd, en ook de eerste onderzoeken naar de betekenis van het posthumanisme voor het onderwijs zijn in Nederland al gesignaleerd.  

Verwijzingen

Tyler, R. (1949/ 2013). Basic Principles of Curriculum and Instruction. Chicago 

Taba, H. (1962). Curriculum Development. Theory and Practice. New York  

Meester, E. (2021). Wetenswaardig. Curriculumontwikkeling voor primair onderwijs. ’s Hertogenbosch 

Zhao, W., Popkewitz, T.S. & Autio, T. (eds.) (2022). Epistemic Colonialism and the Transfer of Curriculum Knowledge across Borders. Applying a Historical Lens to Contest Unilateral Logics. New York / Abindon