Signalement – februari 2021

Online maatschappelijk geëngageerd redeneren: tot een beter-dan-gemiddeld besluit komen.

Een interview met Sam Wineburg  – Door Maayke de Vries


Introductie
Professor Sam Wineburg is een bekende naam binnen het geschiedenisonderwijs, zijn ideeën en boeken vormen een belangrijke basis voor de manier waarop het verleden wordt onderwezen. Historical Thinking en sourcing zijn concepten die voortvloeien uit Wineburg’s werk.  In zijn laatste boek “Why Learn History (When it’s already on your phone)” legt hij het belang van geschiedenisonderwijs waarbij kritisch denken voorop staat nog eens haarfijn uit. De laatste jaren is Wineburg, als hoofd van de Stanford History Education Group (SHEG), vooral bezig met het onder de aandacht brengen van kritische mediageletterdheid op het internet. Dit project is genaamd Civic Online Reasoning, dus online maatschappelijk geëngageerd redeneren.
SHEG heeft de noodklok geluid met betrekking tot de vaardigheid van jonge mensen in het zoeken en evalueren van information online. Zij zien deze onkunde als mogelijke bedreiging voor de democratie. In Nederland zien wij ook hoe misinformatie makkelijk verspreid wordt met alle gevolgen van dien.

Ik ben zelf docent op het middelbaar onderwijs en ik heb het mijn missie gemaakt om mijn studenten voor te bereiden om kritisch om te gaan met informatie die zij online tegenkomen. Ik mocht professor Wineburg als eens een keer eerder interviewen voor een podcast geproduceerd door EuroClio, maar deze was in het Engels. Dit keer heb ik het interview vertaald naar het Nederlands, zodat taal geen belemmering hoeft te vormen voor het verspreiden van deze noodzakelijke kennis.

Online redeneren over maatschappelijke onderwerpen
Hoe komt het dat u, professor in onderwijs en geschiedenis, zich nu bezighoudt met online bronnen verifiëren?

‘In het midden van historisch denken staat het concept ‘sourcing’, dit is niet een vaardigheid maar een manier van kijken naar de wereld. Deze manier van kijken benadrukt dat berichten altijd geschreven zijn door mensen met een bepaald doel en in een bepaalde context. Voor historisch denken is het absoluut noodzakelijk om te begrijpen wie de bron geschreven heeft, wanneer, en met welk doel. Deze noodzakelijke onderdelen van historisch denken is in veel curricula geschrapt. Veel studenten hebben het idee dat het vak geschiedenis gaat om het reproduceren van een bepaalde narratief. Een groot gedeelte van mijn carrière heb ik mij beziggehouden met studenten te laten begrijpen dat teksten zijn geschreven door mensen onder bepaalde omstandigheden met bepaalde bedoelingen.’

De laatste jaren bent u bezig om deze kritische manier van kijken naar bronnen om te zetten in een manier die ook online werkt. Hiervoor heeft u, samen met de collega’s van de SHEG, drie essentiële strategieën ontwikkeld zodat studenten beter uitgerust zijn om informatie online te benaderen (zie afbeelding 1). Hoe bent u tot deze drie strategieën gekomen?
‘Met collega’s van de SHEG deden wij rond 2015 een studie met meer dan 8000 scholieren op het voortgezet- en hoger onderwijs, waarbij wij testen hoe zij omgingen met digitale bronnen. Het resultaat van deze studie was dat studenten bijzonder slecht waren in het onderscheid maken tussen feit en fictie.

Ik en Sarah McGrew vroegen ons af wie de experts waren in het evalueren van information online, zodat wij erachter konden komen wat zij als strategieën hebben. Zodoende kwamen wij op het idee om professionele factcheckers op te zoeken, aangezien factcheckers weliswaar geen speciale disciplinaire kennis hebben, maar wel experts zijn in het snel onderzoeken of iets waar of niet waar is. Zo heb ik een nogal merkwaardige e-mail naar bekende nieuws instanties in New York en Washington gestuurd: of ik ook langs mocht komen om te kijken hoe zij te werk gingen. Ik had eigenlijk geen grote hoop: dit zijn drukke mensen met belangrijke banen. Maar ik kreeg heel veel reacties allemaal met dezelfde boodschap: waarom is er nu pas belangstelling voor ons werk?’

Plaatsbepaling, Zijdelingslezen, en Klik-beheersing
Uiteindelijk zijn jullie terecht gekomen bij drie strategieën die de factcheckers toepassen, kunt u meer vertellen over de totstandkoming van deze drie stappen? 

‘De drie strategieën laten je beter begrijpen wat het internet eigenlijk is en hoe het werkt. Het begint met plaatsbepaling: het onderzoeken van de ‘buurt’ waarin je bent beland. De term komt uit de navigatie waarbij met behulp van het kompas de bestemming gevonden kan worden. Dit geldt ook voor het zoeken van informatie online, als ik op een website beland ben moet ik eerst onderzoeken in welke ‘buurt’ ik mij bevind. Dit doen factcheckers door het toepassen van zijdelingslezen. [Zijdelingslezen is het openen van meerdere webpagina’s, om uit te zoeken wie er achter de informatie zit en welk bewijs zij gebruiken voor hun claims.]

Dit doe je gewoonlijk met behulp van een zoekmachine, zoals Google, maar factcheckers klikken niet meteen op het eerste zoekresultaat; zij blijven terughoudend met het klikken op webpagina’s door eerst te scannen door de zoekresultaten. Dit noemen wij klik-beheersing. Dit is nodig want onze zoekresultaten worden gemanipuleerd door bedrijven, lobbyisten, en organisaties, door middel van Search Engine Optimization (SEO) dat een industrie is die meer dan $80 miljard per jaar oplevert.

Afbeelding 1. Overzicht drie strategieën. Icons: Flaticon.com

Kritisch Denken en Online Redeneren
Toch is het toepassen van deze drie strategieën, vooral voor studenten op het voortgezet onderwijs, niet altijd even gemakkelijk. Voor het toepassen van zijdelingslezen is wel enige kennis nodig over verantwoorde nieuwsverslaggevers en betrouwbare organisaties, maar ook kritisch denken door verbanden te kunnen leggen tussen de uitzender van het bericht en de motieven van de auteur. Hoe ziet u dit?

‘Er is inderdaad kennis nodig om deze strategieën toe te passen, zoals bijvoorbeeld weten dat de BBC een grote organisatie uit London is die al heel lang bestaat en met professionele factcheckers werkt. Hetzelfde kunnen wij zeggen over CNN of bijvoorbeeld de New York Times, dit is feitelijke kennis. Studenten moeten deze feitelijke kennis hebben voordat verklarende kennis kan worden toegepast door bijvoorbeeld het verschil tussen de BBC en een blog te begrijpen. Als studenten deze feitelijke kennis niet machtig zijn dan hebben we een probleem. Dit is dezelfde feitelijke kennis die nodig is om het werk van de Search Engine Optimization te kunnen begrijpen. Met deze kennis zijn studenten niet geboren en het is de taak van school om studenten te leren dat er verschillende soorten bronnen zijn.

Maar dit is geen kritisch denken. Als we willen dat studenten kunnen analyseren dat met het geven van de informatie politieke standpunten worden ingenomen, dan beginnen we het domein van kritische denken binnen te treden. Maar daarvoor is nog iets anders belangrijk, namelijk aandachtsbescherming.

De huidige overvloed aan informatie leidt tot een schaarste van aandacht. Daarom moeten we onze aandacht beschermen, want we kunnen niet alles vanuit een kritisch oogpunt bestuderen: dit kost ons te veel tijd en energie. Dus we moeten keuzes maken: welke bron van informatie is onze aandacht waard en waaraan moeten we ons kritisch denkvermogen wijden?

Als het bijvoorbeeld gaat om de effectiviteit van het dragen van een mondkapje ten tijde van een pandemie als Covid-19 en je bevindt jezelf in een ‘informatiebuurt’ die bestaat uit blogs en berichten op Facebook. Is het dan wijs om je tijd te besteden aan een bericht geschreven door iemand op Facebook die we niet kennen en hun argument baseert op Excel sheets van een bepaalde stad in Azerbeidzjan? Als we het hebben over aandachtsbescherming gaat het om het bezig zijn met bronnen die een consensus presenteren; dus informatie die gedeeld wordt met andere respectabele bronnen zoals internationale gezondheidsorganisaties of in Nederland de RIVM.’

Het voorbeeld van de effectiviteit van het dragen van een mondkapje is één die enigszins te controleren is met onderzoek en duidelijke getallen om de effectiviteit aan te tonen. Maar hoe om te gaan met onderwerpen met een duidelijke politieke stellingname en een meer ideologische berichtgeving?

‘Oké, laten we een hypothetisch voorbeeld nemen over het effect van hogere belastingen op de productiviteit van de Nederlandse industrie. Dit is een onderwerp dat aansluit bij een bepaalde politieke manier van denken zowel aan de linker- als aan de rechtervleugel. Het is geen wetenschappelijke vraag, ook geen historische, maar een voorspellende vraag: namelijk of het verhogen van de belastingen al dan niet een afname in onze consumptie gaat veroorzaken en hiermee de economie schade toebrengt.

Voor een dergelijke vraag hebben studenten achtergrondkennis nodig, want zij moeten weten dat dergelijke vraagstukken over belastingen aansluiten bij linkse ofwel rechtse politieke standpunten. Als een student dus informatie vindt over belastingen en het effect op de consumptie moet er altijd nagedacht worden over de relatie tussen de bron en wie ervoor betaald heeft, de funder.

Hier komen we in het gebied van kritisch denken: namelijk doorhebben dat er een link is met de herkomst van de financiering en de ideeën die een dergelijke bron verkondigd. Dit geldt voor zowel onafhankelijke onderzoeksinstellingen als onderzoeksinstellingen gefinancierd door bedrijven. Maar dit betekent dat je al geïnvesteerd bent in de bron, in het bewijs, en in de argumenten. Dit is dus niet meer zijdelingslezen. Als we het hebben over zijdelingslezen, is dat echt om achtergrondinformatie op te doen zodat je een idee hebt in welke ‘informatie-buurt’ je bent beland.’

Tot een beter-dan-gemiddeld besluit komen
De online opdrachten ontworpen door SHEG die studenten vragen om online-informatie te evalueren moeten eigenlijk gemaakt worden in acht minuten. Dus het idee is wel dat studenten dergelijke beslissingen snel kunnen maken.

‘De strategieën voor online maatschappelijk geëngageerd redeneren, stellen jou in staat om tot een beslissing te komen die beter dan gemiddeld is. Het idee is dat jij de online-informatie kan beoordelen door jouw eigen kennis te combineren met kennis die je opdoet door zijdelingslezen toe te passen. Online redeneren over maatschappelijke onderwerpen gaat dus over het nemen van een snelle beslissing over het onderwerp die beter is dan gemiddeld. Een gemiddelde burger heeft geen tijd om tot diepe kennis te komen over een bepaald onderwerp, maar besteedt wellicht 10-15 minuten om erachter te komen wat de kwaliteit is van de informatie. Het gaat niet om het creëren van een perfect begrip over het onderwerp, maar om de kans te vergroten dat je een juiste beslissing neemt en de kans minimaliseert dat je verkeerd zit.

Hierbij is het natuurlijk belangrijk dat er bronnen zijn die burgers vertrouwen: gezag- hebbende en respectabele bronnen van informatie waarin burgers vertrouwen hebben. Als burgers niet meer weten wat zij moeten geloven doordat er zoveel onjuiste informatie wordt verspreid, wordt het heel makkelijk om mensen te manipuleren en dat is gevaarlijk.’

Bevestigingsbias
Dit klinkt inderdaad heel onheilspellend en als een oprechte bedreiging voor de democratie. Maar als we nadenken over de motivatie om onderzoek te doen naar de informatie die we tegenkomen online, dan is dat ook gerelateerd aan onze identiteit of politieke overtuiging om twijfel toe te laten. Hoe speelt identiteit en politieke overtuigingen een rol bij online redeneren?

‘Dat is een goede vraag. Als jij bijvoorbeeld de overtuiging hebt dat Bill Gates Covid-19 heeft gemaakt en dat de Gates stichting er op uit is om geld te verdienen door samen te werken met de Chinese overheid en deze gedachtes sluiten aan bij jouw identiteit en religieuze overtuigingen, dan kunnen zijdelingslezen, klik beheersing, en vertrouwen in respectabele bronnen daar niet tegenop boksen. Dit is een bevestigingsbias dat ertoe leidt dat mensen hun overtuigingen niet gaan veranderen, ook al is er een overvloed aan bewijs en argumenten. Het wordt heel moeilijk om deze gedachten te veranderen, dan heb je een lange weg te gaan. Onze strategieën zijn gebaseerd op de welwillendheid van de burger om een antwoord te krijgen op hun vraag, zonder dat zij al een duidelijke stelling hebben ingenomen. Wij focussen op het probleem van de welwillende burger die informatie opzoekt op internet omdat zij het antwoord niet weten. Als samenleving zijn we nog niet eens begonnen om erachter te komen hoe we deze persoon het beste kunnen helpen.’

Voorzichtig, niet sceptisch
Zou een goede samenvatting kunnen zijn dat wij studenten zouden moeten leren om sceptisch te zijn online?

‘Ik denk dat het woord sceptisch problematisch is omdat het leidt tot nihilisme en dat is precies niet waar we naar toe zouden moeten gaan, want dat betekent dat je niks meer kunt vertrouwen. Ik vergelijk het liever met het werk van een timmervrouw. Een timmervrouw meet alles twee of drie keer voordat zij echt in het hout gaat zagen. Een timmervrouw is niet sceptisch over haar afmeten maar is voorzichtig. Vandaar dat ik denk dat voorzichtigheid beter is dan scepticisme.

Daarbij is het goed om te onderstrepen dat het promoten van online mediawijsheid van belang is voor iedereen, ongeacht van de politieke affiniteit. In de Verenigde Staten bestaat er ten onrechte het idee dat online redeneren over maatschappelijke onderwerpen een initiatief is van linkse partijen. Maar dat is absoluut niet waar, zowel linkse als rechtse partijen proberen burgers te manipuleren met disinformatie. Dus burgers moeten bedachtzaam zijn over de informatie die online beschikbaar is, of zij zich nu identificeren als rechts of links politiek georiënteerd.’

Ontzettend bedankt voor uw tijd en het uitwisselen van kennis, is er nog iets dat u wilt delen?

‘Ik ben de laatste zinnen aan het schrijven voor een artikel dat gaat over kritisch negeren, want voor het online redeneren is kritisch negeren net zo belangrijk als kritisch denken.’

Referenties

Wineburg, S. (2018) Why Learn History (When It is Already on Your Phone). Chicago: University of Chicago; Wineburg, S., Martin, D., and Monte-Sano, C. (2012).

Reading like a historian: Teaching literacy in middle and high school history classrooms. New York: Teachers College Press; Wineburg, S.(2001) Historical Thinking. And other unnatural acts. Charting the future of teaching the past. Philadelphia: Temple University Press.

https://orcid.org/0000-0002-9138-1923

https://open.spotify.com/episode/4fag2FzdVOxF4PqvvsTbSG?si=R8W-9Z66TsSa13iWZwc1Xw&dl_branch=1

Meer informatie over Civic Online Reasoning:

https://cor.stanford.edu/about/

McGrew, S., Breakstone, J., Ortega, T., Smith, M.  & Wineburg, S. (2018) Can Students Evaluate Online Sources? Learning From Assessments of Civic Online Reasoning, Theory & Research in Social Education, 46:2, 165-193,

DOI: 10.1080/00933104.2017.1416320

McGrew, S., Smith, M., Breakstone, J., Ortega, T. and Wineburg, S. (2019) “Improving university students’ web savvy: An intervention study”. Br J Educ Psychol, 89: 485-500. https://doi.org/10.1111/bjep.12279

Crash Course videos over Civic Online Reasoning.

https://www.youtube.com/watch?v=pLlv2o6UfTU&t=475s

De publicatie van dit idee kunt u op deze website vinden:

https://theconversation.com/to-navigate-the-dangers-of-the-web-you-need-critical-thinking-but-also-critical-ignoring-158617