Blog – Onderwijsverbetering. De noodzaak van vakdidactische kennis – Carla van Boxtel

Carla van Boxtel – 27 januari 2020

Deze maand bespreekt de Tweede Kamer de voorstellen van Curriculum.nu. In het eerste Ronde-tafel debat wezen de critici terecht op het belang van vakspecifieke kennis en vaardigheden en een beredeneerde leerlijn. Helaas werd alleen gesproken over de bêta-vakken en talen, terwijl het  voorstel voor het leergebied Mens en maatschappij misschien wel het beste laat zien dat er nog veel werk te verzetten is.      
Als je zelf vakdidactisch onderzoek doet, vind je uiteraard dat wetenschappelijke inzichten op het gebied van de vakdidactiek ertoe doen. Bij de huidige vernieuwing van het curriculum , maar ook bij de vernieuwing van het stelsel van lerarenopleidingen (richting een breed inzetbare leraar) en het onderwijs op scholen, wordt nauwelijks vanuit dit besef gewerkt. Als dat niet verandert, zullen veel vernieuwingen geen verbeteringen zijn.

Vakdidactische kennis
Met vakdidactische kennis bedoel ik:

  • kennis van inhouden, doelen, functies en opbouw van een schoolvak en discussies daarover, om een beredeneerde selectie en leerplan te kunnen maken (wat onderwijzen we wanneer en waartoe?);
  • kennis van de lastigheden die leerlingen ervaren bij het verwerven van vakspecitieke kennis en vaardigheden
  • kennis van didactische aanpakken die leerlingen helpen om zich vakspecifieke kennis en vaardigheden eigen te maken;
  • kennis van hoe je de vakdidactische bekwaamheid van leraren kunt ontwikkelen (1).

Gemiste kansen
In Curriculum.nu was bij de M&M-vakken de inbreng van vakinhoudelijke en vakdidactische expertise minimaal: per schoolvak slechts twee vakdocenten. Een adviesgroep van vakdidactische experts werd pas gaandeweg (na kritiek) ingesteld. (2). Het ontwikkelteam had te weinig tijd om de adviezen van deze experts goed te verwerken. De complexiteit van het leergebied M&M zit natuurlijk niet mee: veel verschillende vakken en vakken die soms alleen in de onderbouw of bovenbouw voortgezet onderwijs worden gegeven. Op leergebiedniveau een goede doorlopende leerlijn maken is dan wel een erg grote opgave. Ook de voorgeschreven formats, gericht op ‘grote opdrachten’ en ‘brede vaardigheden’, waren hinderlijk en niet goed doordacht. En met een apart ontwikkelteam voor Burgerschap zijn veel leerinhouden en vaardigheden die tot de kern van het leergebied M&M behoren, aan dat leergebied onttrokken. Dit is niet te rijmen met het streven om de samenhang in het curriculum te versterken.
Door de leergebiedbrede aanpak zijn bij M&M vakspecifieke curriculumvraagstukken blijven liggen. Na twee jaar weten we bijvoorbeeld nog steeds niet welke historische overzichtskennis leerlingen moeten verwerven. Terwijl hier met een tijdvakkenkader dat twintig jaar geleden bedacht is, allerlei uitdagingen liggen, zoals aandacht voor wereldgeschiedenis en een betere aansluiting bij de Canon (3). 

De staat van het M&M-onderwijs
Zorgwekkend is dat we nauwelijks weten hoe het staat met het funderend onderwijs in de M&M-vakken. Curriculumvernieuwing wordt dus nauwelijks geïnformeerd door kennis van wat goed en minder goed gaat. De laatste peiling voor aardrijkskunde en geschiedenisonderwijs in het primair onderwijs was in 2008. Twaalf jaar geleden! De conclusies waren destijds alarmerend: het beoogde streefniveau werd op veel punten bij lange na niet gehaald. Waarom heeft dit niet geresulteerd in een ‘deltaplan’ voor kwaliteitsverbetering of in elk geval een ‘vinger-aan-de-pols’? Pas volgend jaar wordt weer een peiling voor het M&M-onderwijs voorbereid.
Ik vermoed dat wat in de Curriculum.nu voorstellen staat, mijlenver verwijderd is van wat scholen aan M&M –onderwijs realiseren. Investeren in professionalisering van leraren en verbetering van de kwaliteitszorg zal meer bijdragen aan onderwijsverbetering dan vernieuwing van het curriculum.

Kansen
Het Curriculum.nu proces heeft wel een goede impuls gegeven aan de discussie over de vaardigheden die kenmerkend zijn voor het leergebied M&M. Welke vaardigheden hebben leerlingen nodig om het handelen van mensen en de samenleving waarin ze leven beter te begrijpen en hun eigen positie te bepalen ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken? De omschrijvingen van de vaardigheden en het onderscheid tussen primair en voortgezet onderwijs moeten wel beter doordacht worden. De vakdidactische onderzoeksliteratuur heeft op dit punt veel te bieden.  
De informatie-, onderzoeks- en redeneervaardigheden die bij M&M genoemd worden, zijn niet specifiek voor M&M uitgewerkt. Afstemming over de leergebieden heen is nodig, maar nu wordt geen recht gedaan aan het op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde inzicht dat algemene vaardigheden (zoals probleemoplossen, kritisch denken, redeneren) nauwelijks algemeen, maar vooral vakspecifiek zijn. Dit roept meteen de vraag op waarom in Nederland zo weinig  geld wordt uitgegeven aan onderzoek naar het leren en onderwijzen van vakspecifieke vaardigheden.

Minister Slob heeft in de kabinetsreactie op de voorstellen al aangegeven dat de uiteindelijke kerndoelen en eindtermen gebaseerd moeten zijn op actuele wetenschappelijke inzichten en dat in de leergebiedteams die de kerndoelen gaan uitwerken (vak)experts en vakdidactici een stevige plek moeten krijgen (4). Dat advies komt wat laat, maar is wel een goed advies.

Wat is nodig?
Op de eerste plaats meer vakdidactisch onderzoek in de M&M-vakken. Op de tweede plaats versterking van netwerken en platforms om vakdidactische kennis te verspreiden (zoals het nieuwe LEMM-tijdschrift Dimensies) en meer professionalisering van leraren op vakdidactisch gebied. Tot slot meer vakdidactische expertise aan tafel waar het gaat om curriculumherziening , onderwijsvernieuwingen op school en vernieuwingen in het stelsel van lerarenopleidingen.
Om onderwijs niet alleen te vernieuwen maar ook te verbeteren, is gebruik en verdere ontwikkeling van vakdidactische kennis noodzakelijk.

Carla van Boxtel is hoogleraar Vakdidactiek geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en projectleider van het Landelijk Expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken.

Bronnen

  • van Boxtel, C. (2017). Hoe ondersteun je als lerarenopleider de leraar-in-opleiding bij zijn ontwikkeling als vakdidacticus? Een uitwerking voor de mens- en maatschappijvakken. In G. Geerdink, & I. Pauw (editors), Kennisbasis lerarenopleiders. Katern 3. Inhoud en vakdidactiek op de lerarenopleidingen (pp. 163-167). Eindhoven: VELON. En: Van Boxtel, C. (2015). Vakdidactisch Meesterschap. Universiteit van Amsterdam: Oratie.
  • Samengevoegde reflecties van de vakexperts mens- en maatschappij. Te raadplegen op de website van Curriculum.nu.
    curriculum.nu/voorstellen/mens-maatschappij/verantwoording-mens-maatschappij
  • Zie expertisecentrum-geschiedenis.nl Het Landelijk Expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken heeft het initiatief genomen om een werkgroep Historisch referentiekader in te stellen. Deze LEMM-werkgroep verkent op basis van vakdidactische literatuur en raadpleging van leraren, lerarenopleiders, historici en buitenlandse curriculumexperts hoe het historisch referentiekader uitgewerkt zou kunnen worden.
  • Brief (31293-495), 9 december 2019 van A. Slob als reactie op de voorstellen van Curriculum.nu (tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2019A04423)