Wat een idee – september 2021

Voor het leren omgaan met de gevolgen van de coronacrisis is het belangrijk om veerkracht van leerlingen te bevorderen. Hier ligt een belangrijke kans en uitdaging voor geschiedenisdocenten, vinden Anke Hartsuiker, Tim Huijgen en Rina Knoeff. Vijf lesmodulen die voor het vmbo zijn ontwikkeld kunnen helpen.

Veerkracht in geschiedenisonderwijs
Het afgelopen schooljaar was zwaar. Heel zwaar. Niet alleen docenten moesten zoeken naar nieuwe manieren van onderwijs, maar ook bij leerlingen vielen bestaande structuren weg.  Onderzoek van de British Academy heeft uitgewezen dat de corona-pandemie in Engeland leidde tot grotere ongelijkheid en kwetsbaarheid onder jongeren (The British Academy, 2021). Ook in Nederland is dit het geval. Uit ‘De Staat van het Onderwijs 2021’ blijkt dat de kansenongelijkheid tussen jongeren is toegenomen naar aanleiding van het sluiten van de scholen. Daarbij komt dat meer jongeren gevoelens van angst, depressie en eenzaamheid ervoeren, en er kampten meer leerlingen met slaapproblemen. Jongeren uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status, die veelal naar het vmbo gaan, zijn over het algemeen het hardst getroffen (Inspectie van het Onderwijs, 2021).

Het is daarom belangrijk dat docenten investeren in veerkracht onder jongeren. Veerkracht is het vermogen om te herstellen na een ingrijpende gebeurtenis, zoals bijvoorbeeld een pandemie (Disciplineorgaan Sociale Wetenschappen, 2020). Jongeren hebben veerkracht en interactie met de juiste personen nodig om zich positief te kunnen ontwikkelen. Veerkracht bij jongeren kan verschillen in prestatie voorkomen en bevordert dus kansengelijkheid. Daarbij heeft veerkracht een positief effect op de gezondheid van jongeren en hun verdienvermogen (Disciplineorgaan Sociale Wetenschappen, 2020).

Hoe kan het geschiedenisonderwijs in het voortgezet onderwijs de veerkracht van jongeren in het vmbo versterken? Het vmbo is een vierjarige leerrichting die leerlingen na de basisschool kunnen volgen. In het eerste jaar van het vmbo zijn leerlingen gemiddeld 12 jaar oud.  Afgelopen jaar publiceerden een aantal historici een artikel waarin zij pleiten voor het gebruik van historische kennis om de negatieve sociale gevolgen van de huidige pandemie te bestrijden. Historici kunnen patronen identificeren in de manieren waarop mensen en samenlevingen in de lange geschiedenis met epidemieën zijn omgaan (De Graaf et al., 2021; De Waal, 2021; Rosenberg, 1989). Van deze patronen kunnen we leren. Zo gaan epidemieën al sinds de oudheid gepaard met onvrede en rellen, en zijn ook culturele patronen zichtbaar die solidariteit bevorderen. Een goed voorbeeld van dat laatste zijn ‘rampliederen’ die helpen bij het verwerken van de crisis (De Graaf et al., 2021).

Ontwerpprincipes van de modules
De modules zijn gericht op het omgaan met een crisissituatie die wordt veroorzaakt door een epidemie. Het centrale ontwerpprincipe is het werken met analogieën. Dit houdt in dat de docent parallellen trekt tussen historische gebeurtenissen en gebeurtenissen in het heden (van Straaten, 2019). Het is belangrijk om overeenkomsten te herkennen in de manier waarop de ontwikkeling verloopt, of in de structuur ervan. Bij historische analogieën wordt kennis over een specifiek onderwerp of specifieke gebeurtenis omgezet in algemenere inzichten en meer algemeen bruikbare kennis. De lessen geschiedenis worden dan voor leerlingen relevanter, omdat ze gaan over vraagstukken die tegenwoordig spelen en van belang zijn (van Straaten, 2019). Drie ontwerpprincipes van Van Straaten (2019) zijn gebruikt voor de ontwikkeling van de modules: 1) het gebruik van historische analogieën, 2) het gebruik van een richtinggevende vraag bij iedere les, en 3) het verstrekken van een schema met generieke begrippen.

Leerlingen in de bovenbouw van het vmbo moeten voor hun examen aspecten van continuïteit en verandering in historische processen kunnen herkennen. Historische analogieën zijn een geschikt middel om dit doel te bereiken, omdat leerlingen op zoek gaan naar overeenkomsten en verschillen tussen periodes en gebeurtenissen. Een richtinggevende vraag kenmerkt zich doordat deze algemeen is, en niet gebonden aan een bepaalde historische periode. Het is vaak ook een complexe vraag die ingaat op grotere vraagstukken in de geschiedenis. Om leerlingen hierbij houvast te geven, is een schema met generieke begrippen verstrekt.

Module 1: Wat is een epidemie?
Kennis is een belangrijke voorwaarde voor leerlingen om te discussiëren en met goed onderbouwde argumenten stelling te nemen. De eerste module is daarom gericht op het vergaren van kennis en inzicht in het verloop van een epidemie. De sociale en maatschappelijke kant van een epidemie staan in deze module centraal. De achterliggende theorie van deze module is gebaseerd het werk van de historicus Charles Rosenberg (1989), die vier fasen van een epidemie beschreef. Een epidemie begint vaak met een aantal verdachte ziekteverschijnselen. Wanneer de epidemische ziekte zich verspreidt, groeit ook de onrust onder de bevolking. Er worden verklaringen gezocht op medisch en sociaal gebied, maar ook wordt met de vinger gewezen naar bepaalde bevolkingsgroepen welke verantwoordelijk zouden zijn voor de ziekte. Onrust zorgt er vervolgens voor dat er een crisis ontstaat, zowel maatschappelijk als politiek. Hierbij zien we volgens Rosenberg vaak protesten en rellen ontstaan, omdat onvrede en ongelijkheid tijdens een crisis worden benadrukt. In deze fase zien we vaak ook dat liefdadigheid en solidariteit mensen dichter tot elkaar brengt. Tot slot komt er een einde aan een epidemie. Rosenberg geeft aan dat dit meestal niet abrupt gebeurt op een duidelijk moment, maar dat het aantal ziektegevallen vaak geleidelijk afneemt. 

Door middel van de richtinggevende vraag “Wat kenmerkt een epidemie” wordt ingegaan op de vier fases van een epidemie. De les begint klassikaal, waarbij de docent de term ‘epidemie’ introduceert, en uitlegt hoe een epidemie zich ontwikkelt. De docent laat leerlingen eerst drie woorden opschrijven, om vervolgens op het (digitale of fysieke) bord een woordweb te maken van het begrip ‘epidemie’. Dit woordweb wordt gebruikt om uit te leggen wat een epidemie inhoudt. Voorbeelden van negentiende-eeuwse cholera-epidemieën (zie voor een voorbeeld Figuur 1) kunnen helpen bij het verduidelijken van begrippen en van de vier fasen. In het tweede deel van deze module gaan leerlingen zelf op onderzoek. De docent verdeelt de klas in vier groepen.  De leerlingen gaan binnen hun groep op zoek naar informatie over één van de vier fasen met betrekking tot het verloop van de corona-epidemie. De gevonden informatie kan vervolgens klassikaal worden besproken.

Deze les draagt bij aan het bevorderen van veerkracht doordat er, door middel van historische analogieën, begrip wordt gecreëerd van het verloop van een epidemie. Leerlingen halen op deze manier niet enkel steun uit het idee dat de corona pandemie een unieke situatie is, maar dat mensen altijd zijn getroffen door epidemieën. Even belangrijk is dat zij door middel van deze module zicht krijgen op het verloop van een epidemie, waarmee voor hen duidelijk wordt dat een epidemie niet alleen begint, maar ook zal eindigen.

Module 2: Epidemieën en ongelijkheid
In de tweede les staat de volgende richtinggevende vraag centraal: “Waarom worden verschillen in welvaart groter tijdens een epidemie?” De geschiedenis laat zien dat een epidemie de armen vrijwel altijd harder treft dan de rijken. Dit komt bijvoorbeeld door slechte leefomstandigheden, de onmogelijkheid zich aan quarantainemaatregelen te houden (er moet nu eenmaal brood op de plank komen) en een slechtere ‘begin-gezondheid’. Dit was al zo tijdens de pest in de Middeleeuwen en is nu in feite niet anders. Tijdens de les legt de docent aan de hand van de cholera-epidemie van 1848/49 uit welk verband er bestaat tussen epidemieën en sociale ongelijkheid. Tijdens deze les worden analogieën gebruikt door de economische en sociale gevolgen van de cholera epidemie van 1848/49 en de coronacrisis te vergelijken. De leerlingen leren bijvoorbeeld een overeenkomst en een verschil te noemen tussen de gevolgen die beperkende maatregelen hadden op burgers. De les begint met een motiverende instap waarbij gebruik wordt gemaakt van anekdotes. De docent vertelt over de maatregelen die door lokale overheden werden genomen in Nederland om de cholera-epidemie te bestrijden. Ook kan door de docent een verbinding worden gemaakt tussen de context van de mensen die in 1848/49 hard werden getroffen, en de manier waarop de huidige maatregelen bepaalde groepen mensen treft.

Figuur 1. Brief geneesheer Veenhuizen (1849).

In het tweede deel van de les gaan leerlingen zelfstandig aan de slag met het interpreteren van een spotprent uit 1848, genaamd ‘Hossen’ (zie Figuur 2). Door middel van een aantal vragen gaan de leerlingen gezamenlijk, of individueel, de betekenis van de bron achterhalen, zij proberen de positie van de illustrator te achterhalen, en gaan op zoek naar analogieën met betrekking tot het verbod op grootschalige feesten en evenementen tussen 1849 en 2021. Daarna kunnen de antwoorden van de opdracht klassikaal worden besproken. Deze module biedt, door middel van historische analogieën, inzicht in sociale verschillen in het verleden en heden. Dit kan de veerkracht van leerlingen vergroten doordat het voor leerlingen duidelijk wordt dat grotere groepen mensen in dezelfde of misschien wel in een benardere situatie zitten. Hierdoor kan ook meer  begrip ontstaan voor de situatie van klasgenoten.

Figuur 2. Kermis of geen kermis?’ Affiche omtrent het wel of niet door laten gaan van de kermis in Amsterdam (1849) vanwege de cholera-uitbraak in de stad. Uitgegeven door Joseph Vürtheim, 1849. Rijksmuseum Amsterdam

Module 3: Epidemieën en overheden
De derde module is gericht op historische analogieën die te maken hebben met politiek. Leerlingen gaan hierbij in op de verschillen tussen liberale overheden in de negentiende eeuw, en de overheid in 2021. Bij deze module wordt de richtinggevende vraag gesteld: ‘Wat werkt beter: Een autoritaire overheid of een liberale overheid ten tijde van een pandemie?’ In de negentiende eeuw is duidelijk een verschil te zien tussen het beleid van liberale overheden en autoritaire besturen. De negentiende-eeuwse liberale overheden stonden voor zo min mogelijk overheidsbemoeienis, ook ten tijde van een epidemie. Gezondheid was de verantwoordelijkheid van burgers zelf. Ook tijdens de coronapandemie wordt een groot beroep gedaan op de ‘intelligentie’ en eigen verantwoordelijkheid van mensen (bijvoorbeeld door de ‘intelligente lockdown’). De manier waarop in Nederland maatregelen worden genomen en gecommuniceerd, is heel anders dan de manier waarop een autoritaire staat als China of Singapore dat doet. Ook hier zijn historische patronen waar te nemen (De Waal, 2021).

In de module haalt de docent eerst voorbeelden aan uit het werk Death in Hamburg (Evans, 2005). De leerlingen worden gestimuleerd om actief deel te nemen door verklaringen aan te dragen voor de historische voorbeelden. Vervolgens gaat de docent over op een uitleg, waarbij het verschil tussen het aantal besmettingen in Bremen en Hamburg aan de hand van een bestuurlijke context wordt verklaard. Verder legt de docent uit welke invloed overheden hebben op de manier waarop er met de komst en het verloop van epidemieën wordt omgegaan. Na deze uitleg wordt door de docent ingegaan op de hedendaagse invloed van overheden op de manier waarop covid-19 wordt bestreden. Voor meer autoritaire besturen en hun reactie op de coronapandemie kunnen voorbeelden uit China worden aangehaald, waar privacy een ander rol speelt in vergelijking met bijvoorbeeld Nederland. In het tweede deel van deze module gaan leerlingen zelf in discussie over de richtinggevende vraag. De docent verdeelt de leerlingen in groepjes van vier of vijf leerlingen. Omdat leerlingen samen moeten werken is het handig dit van tevoren te doen. Wordt de les digitaal gegeven, dan kan de docent gebruik maken van break-outrooms die bezocht kunnen worden. De docent kan er dan op toezien dat er in de groepjes daadwerkelijk wordt nagedacht over de discussievraag. Leerlingen krijgen eerst vijf minuten de tijd om ten minste drie argumenten te bedenken waarom het hen beter lijkt om onder een autoritaire regering of onder een liberale regering te leven tijdens de corona-crisis. Ter afronding wordt een discussie gevoerd waarbij de docent functioneert als leider van het debat.

Deze module helpt leerlingen met het verkrijgen van inzicht in de relatie tussen politiek en beleid. Hierdoor leren leerlingen keuzes van (verschillende) overheden te begrijpen. Bovendien helpt de module leerlingen bij het formuleren van argumenten. Dit maakt leerlingen veerkrachtiger en genuanceerder in discussies rondom de coronacrisis en haar gevolgen.

Module 4: Epidemieën en het nieuws

In deze module wordt gewerkt met de volgende richtinggevende vraag: “Waar leggen journalisten de nadruk op bij de berichtgeving over een pandemie?” De leerlingen krijgen een aantal krantenartikelen over de cholera-epidemie in 1848 en 1849. De leerlingen gaan in groepjes van vier op zoek naar overeenkomsten en verschillen tussen de artikelen, en moeten daarbij antwoord geven op de vraag hoe journalisten in de negentiende eeuw berichtten over de cholera-epidemie. Mocht de docent het idee hebben dat leerlingen een extra uitdaging kunnen gebruiken, dan is er eventueel ook een mogelijkheid om te differentiëren door leerlingen zelf op Delpher naar krantenartikelen te laten zoeken.

De docent zal na afloop van dit onderdeel ieder groepje vragen ten minste één overeenkomst of verschil te noemen. Vervolgens gaat de docent verder met het voeren van een onderwijsleergesprek waarin de klas op zoek gaat naar overeenkomsten en verschillen tussen berichtgeving over de negentiende-eeuwse cholera-epidemie en de huidige covid-pandemie. De docent stimuleert leerlingen kritische vragen te stellen Een voorbeeld is: ‘We zien dat er dagelijks veel cijfers worden weergegeven, maar er is veel minder berichtgeving over de sociale gevolgen van corona. Wat vinden jullie daarvan?’ Nepnieuws en complottheorieën worden eerder herkend wanneer leerlingen informatiebronnen kritisch beoordelen. Hierdoor zijn leerlingen beter in staat om goede argumenten te formuleren en te discussiëren met anderen. 

Module 5: Epidemieën en herdenken

Bij deze module staat de vraag centraal ‘Hoe wordt de coronacrisis in de toekomst herdacht?’ Deze vraag is belangrijk, omdat wij geneigd zijn epidemieën te vergeten (de Spaanse Griep is daarvan een voorbeeld), waardoor we bij de volgende epidemie geneigd zijn dezelfde fouten te maken. Hoe gaan we ervoor zorgen dat we de herinnering levend houden? Bovendien is deze vraag belangrijk voor veerkracht nu. Voor sommige leerlingen zal het thema dichtbij komen, bijvoorbeeld omdat zij een dierbare hebben verloren. Het idee dat je met een voorwerp kunt bijdragen aan herdenken in de toekomst, geeft opening tot gespreken kan troost bieden. Voorafgaand aan deze module krijgen de leerlingen een huiswerkopdracht mee, gelieerd aan de vraag hoe we ons in de toekomst de coronapandemie zullen herinneren. Leerlingen gaan thuis op zoek naar het voorwerp wat voor hen het meest kenmerkend is geweest tijdens het afgelopen jaar, waarin ze veel thuisonderwijs hebben gevolgd en veel binnen hebben gezeten. Zij schrijven hierbij kort op waarom dit voorwerp voor hen kenmerkend was, en nemen het voorwerp en bijschrift mee naar de les.[1] In de eerste tien minuten zal de docent de leerlingen ruimte geven om hun voorwerpen tentoon te stellen en om elkaars voorwerpen te bekijken. Een idee is ook om een kleine tentoonstelling in de school in te richten die bijvoorbeeld kan worden bezocht door ouders en verzorgers. Vervolgens legt de docent een opdracht uit waarmee de leerlingen aan de slag gaan. De leerlingen gaan in groepjes van vier of vijf nadenken over de richtinggevende vraag. Hierbij kiezen de leerlingen het voorwerp uit dat éen van hen heeft meegenomen en beantwoorden aan de hand van dit voorwerp een aantal vragen waarbij zij in de huid kruipen van een historicus. Het doel hiervan is dat leerlingen leren nadenken welke rol voorwerpen kunnen spelen bij het doen van historisch onderzoek, en welke boodschap voorwerpen kunnen geven aan latere generaties die musea bezoeken of de coronacrisis willen herdenken.

Na een bespreking van de antwoorden wordt de module afgesloten. Deze module laat leerlingen nadenken over de verwerking en het afsluiten van een periode die veel leerlingen als vervelend hebben ervaren. Om te kunnen herstellen, is verwerking en troost voor jongeren belangrijk. Het is daarom belangrijk om hier in de klas aandacht aan te besteden.

Over de auteurs

Anke Hartsuiker, MA is oud-student geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het lesmateriaal is gebaseerd op haar masterscriptie Een ‘Kolere ziekte’. Cholera en de Nederlandse samenleving, 1848/49, Rijkuniversiteit Groningen, 2021.

Dr. Tim Huijgen is universitair docent en vakdidacticus geschiedenis bij de Lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. Rina Knoeff is hoogleraar Health and Humanties aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Literatuur

De Graaf, B., Jensen, L., Knoeff, R., & Santing, C. (2021). Dancing with death. A historical perspective on coping with Covid‐19. Risk, Hazards & Crisis in Public Policy. Advance online publication. https://doi.org/10.1002/rhc3.12225

De Waal, A. (2021). New pandemics, old politics. Two hundred years of war on disease and its alternatives. Polity Press.

Disciplineorgaan Sociale Wetenschappen (DSW). (2021). Van inzicht naar impact: Sectorplan maatschappij- en gedragswetenschappen 2020-2025. DSW. https://sshraad.nl/wp-content/uploads/sites/361/2021/02/DSW-SECTORPLAN-2020-25.pdf

Evans, R. (2005). Death in Hamburg: Society and politics in the cholera years. Penguin Press.

Inspectie van het Onderwijs. (2021). De Staat van het Onderwijs 2021. Inspectie van het Onderwijs. https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2021/04/14/de-staat-van-het-onderwijs-2021

Rosenberg, C. (1989). What is an Epidemic? AIDS in Historical Perspective. Daedelus, 118(2), 1-17. http://www.jstor.org/stable/20025233

The British Academy. (2021). The Covid Decade: Understanding the long-term societal impacts of Covid-19. The British Academy. https://www.thebritishacademy.ac.uk/documents/3238/COVID-decade-understanding-long-term-societal-impacts-COVID-19.pdf

Van Straaten, D. (2019). Geschiedenis die ertoe doet. Kleio, 5, 23-25. https://www.vgnkleio.nl/2019/didactiek-artikelen-kleio-5-2019/

Geinspireerd op Museum of Covid-19: the story of the crisis told through everyday objects | Design | The Guardian