Signalement – september 2021

Het ondersteunen van de ontwikkeling van de vakdidactische bekwaamheid  van leraren-in-opleiding

In de rubriek Signalement bespreken we actueel vakdidactisch onderzoek en onderzoek van elders. Roel Grol (vakdidacticus aan de lerarenopleiding economie van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN)) vertelt in deze Dimensies over hoe het Expertisegebied Didactiek van de Academie Educatie zich de afgelopen jaren heeft gebogen over het ondersteunen van de ontwikkeling van de vakdidactische bekwaamheid van leraren-in-opleiding.

Expertisegebied Didactiek
Binnen de Academie Educatie van de HAN wordt sinds 2017 in Expertisegebieden gewerkt aan kennisontwikkeling en -ontsluiting rondom thema’s die lerarenopleiders, studenten, onderzoekers en collega’s uit de scholen verbinden in de regio Arnhem en Nijmegen. Het Expertisegebied (EG) Didactiek heeft zich onder begeleiding van kartrekkers, onder wie Ellen Leenaarts-Gunnewijk, Marloes Janssen, Loek Nieuwenhuis, Mariska Gootzen en mijzelf, beziggehouden met “de begeleiding van de vakdidactische ontwikkeling van studenten die in opleiding zijn tot leraar”.

In 2017-2018 heeft een aantal collega’s binnen het EG Didactiek een opzet gemaakt voor het voeren van gesprekken om bij studenten aan de 2e graads lerarenopleidingen van de HAN en in dialoog met collega’s uit het werkveld te achterhalen wat leraren-in-opleiding vakdidactisch zoal meebrengen naar de scholen in de regio en hoe zij ondersteund worden bij hun vakdidactische ontwikkeling. In 2018-2019 is er door de expertisegroep een interviewleidraad ontwikkeld op basis waarvan gesprekken zijn gevoerd met 10 werkplekbegeleiders en, in 2019-2020, met 12 studenten van verschillende 2e graads lerarenopleidingen van de HAN.

Resultaten van de gesprekken over vakdidactiek
Uit de gesprekken met de studenten blijkt een grote variëteit aan werkplekpraktijken en vormen van begeleiding. Vakdidactiek wordt vooral geduid als variatie in werkvormen, gericht op het activeren van het handelen en denken van de leerlingen. Sommige studenten vinden dit erg belangrijk, anderen zijn meer bezig met hun vakinhoudelijke of pedagogische bekwaamheid (zoals klassenmanagement). Een student gaf bijvoorbeeld aan: “Vakdidactiek is belangrijk om de leerling goed mee te kunnen nemen in de lesstof, maar het is overdreven om alleen met vakdidactiek bezig te zijn; inhoud is ook belangrijk.” Een andere student zei: “De begeleiding [die ik nu op school krijg] gaat vooral over onderwijskundige zaken; zou meer vakdidactiek moeten bevatten.” De begeleiding vanuit de lerarenopleiding is op opleidingsscholen niet vakspecifiek: instituutsopleiders van de HAN zijn niet automatisch ook vakinhoudelijk deskundig ten aanzien van de opleiding die de student-in-opleiding-tot-leraar volgt. Op stagescholen is dat anders: daar begeleidt een opleider van het eigen vak de student ook op de werkplek. De invulling van de vakdidactische bekwaamheid binnen het werkplekleren is afhankelijk van de kwaliteit van de interactie tussen student, opleiding en werkplek. Studenten vragen om meer interactie tussen de lerarenopleiding en werkplekpraktijk: door de stage worden leervragen geactiveerd, die door de opleiding just-in-time beantwoord zouden moeten kunnen worden.

Uit de gesprekken met werkplekbegeleiders komt een vergelijkbaar het beeld, namelijk dat er niet alleen een grote variëteit is tussen de verschillende werkplekken waar studenten-in-opleiding-tot-leraar terecht komen, maar ook in waar deze begeleiding zich op richt. Sommige begeleiders geven aan dat vakkennis en vakdidactiek essentieel zijn: “Zonder [vakdidactiek] weet je niet wat je doet. Basis van vakdidactiek is vakkennis.” Andere begeleiders focussen meer op de pedagogische bekwaamheid van de studenten-in-opleiding-tot-leraar; zij zien vakdidactiek soms als “trucjes die later wel komen”. Dit maakt duidelijk dat er bij werkplekbegeleiders diverse beelden zijn over de vraag wanneer vakdidactische inzichten van de studenten toegepast kunnen worden: moét eerst de basis op orde zijn (klassenmanagement, (basis)kennis van stof) voordat met vakdidactiek (waaronder vakdidactische werkvormen) aan de slag gegaan kan worden? Of kan vakdidactiek juist een vehikel zijn om aan klassenmanagement te werken? Er is vanuit zowel de studenten als de werkplekbegeleiders behoefte aan eenduidige aansturing vanuit de verschillende 2e graads lerarenopleidingen. In het nieuwe ontwerp van het werkplekleren van de Academie Educatie van de HAN is voorzien in meer verbinding tussen werkplek en de vakopleidingen, waardoor ook vakspecifieke didactiek meer aandacht kan krijgen. In het verlengde daarvan heeft een andere projectgroep binnen het Expertisegebied Didactiek zich gebogen over hoe de vakdidactische ontwikkeling van studenten op zowel de 2e graads lerarenopleidingen als tijdens het werkplekleren op scholen voor voortgezet onderwijs en mbo kan worden ondersteund middels dialogen.

Het begeleiden van de vakdidactische ontwikkeling van studenten
Vakdidactische gesprektools zijn door de leden van het EG Didactiek gedefinieerd als “hulpmiddelen die het begeleidingsgesprek over de vakdidactische ontwikkeling van studenten kunnen ondersteunen.” Deze gesprekken kunnen in meerdere situaties en met wisselende betrokkenen worden gevoerd. Als zodanig kunnen de ondersteunende gesprekstools dan ook worden gepositioneerd in het model van Hybride leeromgevingen (Zitter & Hoeve, 2012). Een weergave hiervan is te vinden in Figuur 1. Studenten-in-opleiding-tot-leraar volgen bijvoorbeeld bijeenkomsten over vakdidactiek op de HAN.

Figuur 1.  Positionering van de vakdidactische gesprekstools in het model van hybride leeromgevingen (gebaseerd op Zitter & Hoeve, 2012)

Dit betreft het kwadrant linksboven in het model. Studenten leren door de kennis te acquireren in de geconstrueerde omgeving. In bijeenkomsten op de HAN kan ook worden geleerd via simulaties. Studenten oefenen met lesgeven door bijvoorbeeld minilessen te geven aan elkaar. Dat vindt plaats linksonder in het model in een geconstrueerde omgeving waarin studenten participeren. Tijdens het werkplekleren doen studenten ervaringen op in de scholen in de regio. Dit betreft het kwadrant rechtsonder in het model. Zij leren dan door te participeren in een realistische omgeving. Om te voorkomen dat studenten een ‘gat’ ervaren tussen wat er in de theorie (linksboven) over vakdidactiek wordt geleerd en in de praktijk (rechtsonder) wordt toegepast, is het van belang leeractiviteiten en/of ondersteuning te ontwerpen die deze werelden aan elkaar verbinden. Door met studenten aan de hand van deze tool een gesprek te voeren over hun vakdidactische ontwikkeling of het structureel vanuit een begeleidingsrol voor- en nabespreken van hun lessen, acquireren deze leraren-in-opleiding kennis vanuit hun ervaringen in een realistische context. Als zodanig positioneren wij deze gesprekstools dan ook in de rechterbovenhoek van het model van hybride leeromgevingen (Zitter & Hoeve, 2012

Collega’s van het EG Didactiek hebben in 2018-2019 en 2019-2020 gewerkt aan de totstandkoming van tools die het gesprek over de vakdidactische ontwikkeling van studenten kunnen ondersteunen. Bij het uitwerken van deze gesprekstools zijn zij geïnspireerd geraakt door het concept “gesprekskaarten” van de hand van prof. dr. Klaas van Veen en zijn collega’s van de Academische Lerarenopleidingen van de Rijksuniversiteit Groningen. Elke binnen het EG Didactiek ontwikkelde gesprekstool staat duidelijk op zichzelf, omdat zij schoolvakspecifiek is. Toch is er in generieke termen zeker iets over het totstandkomingsproces te beschrijven.

Allereerst zijn de gesprekstools gebaseerd op de specifieke didactische inzichten van elk van de vakken. Daarnaast was een belangrijk uitgangspunt dat elke tool de aanleiding voor een goed didactisch gesprek van vakgenoten beoogde te zijn en geen uitputtende afvinklijst. Tenslotte zijn de diverse gesprekstools getest in pilots met studenten en collega’s in het brede werkveld in de regio. Dit proces heeft deels plaatsgevonden op de jaarlijkse vakdidactiekconferentie die de Expertisegroep Didactiek op de HAN organiseert[i], deels ook in individuele sessies met studenten en begeleiders. De verzamelde feedback is gewogen en meegenomen in de doorontwikkeling van de tools.

Mocht u benieuwd zijn naar meer achtergronden bij de gevoerde gesprekken, de vakdidactische conferentie en de vakdidactische gesprekstools voor de schoolvakken Aardrijkskunde, Biologie, Economie, Engels, en Natuur- en Scheikunde? Deze treft u aan in de publicatie van het EG Didactiek.

Bijlage

https://netwerkonderwijsprofessionals.nl/files/aanbod-professionals/EG%20Didactiek%20DEF.pdf).

 Acknowledgement

De auteur wil graag Mariska Gootzen en Loek Nieuwenhuis bedanken voor hun waardevolle suggesties op een eerdere versie van dit Signalement.

[i] Uit de grote belangstelling voor deze conferentie maakten wij op dat er veel animo is voor uitwisseling en kennisdeling rond het thema vakdidactisch begeleiden. Helaas kon de geplande tweede conferentie in maart 2020 niet doorgaan wegens de COVID19-maatregelen.