Blog – Een week uit het leven van een vakdidacticus – Tim Huijgen

Wat spoken vakdidactici uit? Wat voor werk doen zij eigenlijk? Hoe combineren zij werk en privé in deze tijden en hoe verzorgen zij digitaal onderwijs? Om deze vragen te beantwoorden, hield Tim Huijgen, vakdidacticus en leraar geschiedenis, een dagboek bij voor Dimensies.

Maandag 20 april: moppereend

Onze dochter van 16 maanden is meestal rond 6.00/ 6.30 uur wakker, dus het is een vroeg ontbijt met dochter en vrouw. Terwijl mijn vrouw naar boven vertrekt om alvast een paar uur te werken, probeer ik mijn dochter stukjes brood met zuivelspread te laten eten. Aan het einde van het ontbijt liggen er echter meer stukjes op de vloer dan in haar buikje, maar goed. Daarna was ik haar en moet ik drieduizend keer het boekje Moppereend voorlezen.

Rond half negen komt mijn vrouw weer naar beneden en hebben we ‘wisseling van de wacht’. Ik ga dan naar onze werkkamer boven en werk alvast wat mails weg om even voor negen uur in te loggen in Google Meet voor het virtuele koffiemoment van de Lerarenopleiding. Met ongeveer 40 collega’s starten we op deze manier de week. Leuk is dat je met een ‘grid view plug-in’ alle collega’s op één scherm kunt zien. Het kan echter niet het fysieke contact vervangen. Na dit overleg, hebben we met de examencommissie van de Lerarenopleiding, waarvan ik secretaris ben, een vergadering over actuele studentverzoeken. Met deze collega’s heb ik momenteel het meeste virtuele contact, omdat de sluiting van de scholen enorme gevolgen heeft voor de afronding van bijvoorbeeld stages. Gelukkig hebben we een erg gezellige en hechte commissie. Na afloop voer ik direct een aantal taken uit voor deze commissie om vervolgens digitaal vakdidactiek te geven over taalgericht vakonderwijs aan mijn zeven masterstudenten. Het is erg leuk om hen weer te spreken, ook al is het binnen een digitaal programma. Ik probeer mijn studenten ook tweewekelijks te bellen en één student spreek ik alvast na afloop van het college.

Inmiddels is het half twee geworden en lunch ik in een half uurtje. Daarna werk ik verder aan de opzet van een schoolexamen voor onze havo vijf leerlingen van mijn school het Stadslyceum. Naast mijn baan als vakdidacticus geef ik ook nog zes uur per week les op een middelbare school. Samen met mijn collega hebben we gekozen voor een thuisexamen en zetten samen de laatste puntjes op de i. Om kwart voor vier begint een nieuw digitaal overleg: het vakverantwoordelijken-overleg. Ik ben clustervoorzitter van het gamma-cluster bij onze lerarenopleiding en verantwoordelijk voor een aantal studieonderdelen. Met de andere voorzitters en verantwoordelijken bespreken we actuele problemen en kijken we alvast vooruit naar het programma voor volgend collegejaar. Het overleg duurt tot 17.15 uur en daarna ben ik ook wel klaar met alle digitale vergadering. Ik ga naar beneden, eet samen met dochter en vrouw en pleeg in de avond nog wat telefoontjes naar mijn studenten om te horen hoe het met hen gaat.     

Dinsdag: bos en werk

Normaal gaat onze dochter op dinsdag naar de opvang, maar die is gesloten. Daarom wandel ik in de ochtend met haar in het bos en zoek met haar verschillende takken. Natuurlijk moeten alleen de grootste en zwaarste takken mee naar huis. Ik geniet volop, maar denk stiekem ook aan alle werktaken die ik nog moet afronden. Eerst maar eens de takken opruimen en lunchen met mijn dochter.   

Om 13.00 uur is er wisseling van de wacht en ik begin mijn werkdag met verschillende taken voor de examencommissie. Daarna bel ik met mijn studenten die ik gisteren nog niet heb gesproken. Ik ben blij te horen dat het goed met hen gaat, dat ze gezond zijn en dat ze zich volop hebben gestort in het online lesgeven. Natuurlijk met de bijbehorende problemen waarover we veel spreken. Verder heb ik ook nog een digitaal overleg met twee docenten van de Faculteit Letteren waarvoor ik eind mei aan ongeveer 80 studenten een gastcollege ga verzorgen over burgerschapsonderwijs. Dit doe ik graag, maar begin mij alvast wel wat zorgen te maken, omdat het college in het Engels gegeven moet worden. Vinden de studenten mijn Engels wel oké? Daarna is de middag alweer voorbij en na alle avondrituelen kijken we nog even televisie en gaan dan op bed.   

Woensdag 22 april 2020: het spannende schoolexamen

Een spannende dag voor onze havo-examenleerlingen. Om 9.00 uur komt het thuisexamen online. Mijn collega en ik zitten klaar voor de app, mail en telefoon om opstartproblemen (“Help, hij wil niet downloaden”) op te lossen. Tegelijkertijd begint om 9.00 uur een overleg met collega-vakdidactici van onze opleiding om te bespreken hoe wij digitale observaties kunnen uitvoeren bij onze studenten. Mogen wij, volgens de AVG, meekijken? Wat kunnen wij wel en niet observeren? Ik probeer zo goed mogelijk deel te nemen, maar krijg ondertussen veel appjes binnen van leerlingen met opstartproblemen. Gelukkig wordt dat snel minder, zodat ik toch nog iets kan bijdragen aan de vergadering. 

De leerlingen werken zich door het thuisexamen heen en ik bel met een vakcoach (begeleider op school) om te bespreken hoe een student zich in een bepaalde periode heeft ontwikkeld. Daarna heb ik nog een overleg met een teamleider van school over een mogelijke online nascholing die ik ga verzorgen voor collega’s. Na de lunch werk ik aan drie onderzoeksprojecten. Eerst kijk ik naar een voorlopige versie van een artikel over oral history voor een wetenschappelijk tijdschrift. Nadat ik de feedback heb gestuurd, ga ik aan de gang met een stuk over de rol van vakdidactiek in het onderwijs en heb ik contact met mijn medeauteurs over een vervolgartikel over tools voor afstandsonderwijs [1]. Ondertussen krijg ik een appje van de voorzitter of wij ook kort kunnen vergaderen met de examencommissie. Via de videofunctie van Whatsapp bespreken we een aantal dringende zaken en het is leuk om weer eens collega’s te zien. Ook al is het op mijn telefoonscherm. In de avond heb ik via de app nog contact met mijn collega op school over het nakijken van het thuisexamen. We zijn beiden erg benieuwd naar de resultaten van onze leerlingen.   

Donderdag 23 april: kippen en konijnen

Mijn vrouw heeft een aantal vaste werkafspraken staan, zodat ik in de ochtend met onze dochter op pad ben. Gelukkig hebben de buren konijnen en kippen en nadat wij deze dieren gras hebben gegeven, lopen we weer naar huis.

Mijn werkdag begint met het kijken naar een vragenlijst om meningen over een mogelijk nieuw historisch referentiekader in kaart te brengen. Deze vragenlijst is ontwikkeld door een projectgroep van het Landelijk Expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken waarvan ik lid ben. Nadat dit is gedaan, heb ik contact met mijn studenten die een Lesson Study gaan uitvoeren. Dit is het afrondende studieonderdeel van onze Lerarenopleiding. We bespreken mijn feedback op hun voorstel en beide groepen zijn goed op weg. Daarnaast heb ik via de app nog contact met mijn examenleerlingen over het afronden van het schooljaar, spreek ik mijn collega over het nakijken van het thuisexamen en kijk ik als laatste nog naar educatief materiaal dat een student, die stageloopt bij de Groninger Archieven, heeft ontwikkeld. Nadat ik mijn feedback heb gestuurd, is het tijd voor het avondeten en ’s avonds kijk ik nog naar de opzet van een digitale les die ik morgen ga observeren bij een student.

Vrijdag 24 april 2020: huidhonger

Ik begin de dag met een boswandeling met onze dochter. Om 11 uur moet ik echter een student observeren en ben inmiddels toch iets verder van huis dan gepland. Dan maar even racen met de kinderwagen en even voor elf uur kan ik (bezweet, maar dat is nu geen probleem) inloggen in een Team-les van mijn student. Het is erg interessant om dit te observeren en de grote uitdaging blijft hoe je interactie met leerlingen stimuleert. Uit eigen ervaring weet ik dat dit erg lastig is. Ik werk mijn observatie uit en maak een afspraak om dit maandag te bespreken met de student. Na afloop krijg ik een appje van de voorzitter van de examencommissie dat hij in de buurt van mijn huis fietst en of hij even mag langskomen. Staand op de oprit van mijn huis met meer dan 2 meter tussen ons in kletsen we bij. Dit is de eerste keer dat ik fysiek weer een collega spreek en dat doet mij erg goed. Met een goed gevoel ga ik dan ook het weekend in. Op naar een nieuwe digitale werkweek.  

Dr. Tim Huijgen is universitair docent en vakdidacticus geschiedenis bij de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens leraar geschiedenis bij het Stadslyceum in Groningen en redacteur van Dimensies.

[1] Voor het eerste artikel zie: https://www.vgnkleio.nl/2020/digitaal-lesgeven/